Uitgelichte vensters:

Foar de âlderein wie der yn de neioarlochske jierren net in soart ferdivedaasje. It wurd fakânsjekaam noch net yn it wurdboek foar. De measte Eastereiners kamen it doarp hast nea út en in reiske mei de bus wie hiel wat bysûnders. Troch Doarpsbelang waard dan in aksje op tou setten om foar de 65-jierrigen en âlderen jierliks in reiske op tou te setten. Dit reiske waard dan troch 'it doarp' oan de 'bejaarden' oanbean. De bestjoersleden fan Doarpsbelang gongen earst mei listen by de doarpsgenoaten lâns mei de fraach dêr foar in bepaald bedrach op yn te tekenjen. Der kaam altyd genôch jild binnen foar it beteljen foar de bus, it iten en drinken en de tagongsbewizen foar de ferdivedaasje. De searje foto 's dy 't hjir ôfbylde wurdt is yn 1956 ûnder it reiske makke troch F.K. Reitsma. Reitsma ha net allinne foto 's fan Alden fan Dagenreiskes makke mar ek filmkes. Dy filmkjes binne op oare plakken yn it argyf werom te finen. Op dize foto 's sjogge wy hoe 't om acht oere de útswaaiers op it plein by Bergsma de âlderein dy 't ûnderweis nei de bus is in moaie dei ta te winskjen. Der steane dan twa bussen klear. Fierder wurdt de reis yn byld brocht: it giet oer de Ofslútdyk, lâns it punt fan de tinknudle en it byld fan Lely nei Amsterdam. Nei in rûnfaart troch de grêften en in miel iten giet it nei Schiphol en fan Schiphol lâns de kust wer nei hûs. Natuerlik moat der poatsjebaaid wurde. Dêrnei giet it op hûs oan en as elkenien dan wer foldien en hielendal oeremus yn Easterein oankomt dan stiet Wilhelmina in ein foar it doarp klear en mei it korps foar de bussen komme de reisgers tsjin it tsjuster dan wer op it plein. It oantal jierren fynt der dan noch in koart optreden fan reisgenoaten Andreis en Willemke van Wisse plak mei as hichtepunt it sjongen fan Zilverdraden tussen het goud. En dêrnei giet elkenien wer nei hûs.

Het familiebedrijf van de "Firma Joustra Branje" kent een lange geschiedenis en is sterk verbonden aan Easterein.  Daarvoor gaan we terug naar halverwege de negentiende eeuw. Joustra of Jouwstra Wybren Sierks (1777-1844) is de stamvader van de Joustra’s (of Jouwstra’s) in Easterein. Hij neemt de familienaam Joustra (of Jouwstra) aan en komt omstreeks 1815 met zijn gezin naar Easterein. Hij staat als arbeider ingeschreven onder de familienaam Joustra (of Jouwstra) en komt oorspronkelijk uit Wolsum. Wybren Sierks trouwde met Lipkjen Wybrens Jaarsma. Het echtpaar heeft al vijf kinderen als ze zich vestigen in Easterein. In Easterein komen er nog vier kinderen bij. Voor onze stamreeks is het zevende kind, Sjirk, van belang. In het geboorteregister staat hij ingeschreven met de naam Sjerk en wordt de naam van de vader nog door de ambtenaar geschreven als Jouwstra. Wybren ondertekent de akte echter als Wybrens Sierks Joustra. Ook zien we in de akte dat Wybren inmiddels in plaats van arbeider, boer is geworden. De naam Sjerk komt later alleen nog maar voor als Sjirk. Van boer naar schipper Sjirk Wijbrens Joustra (1818-1909) huurde ‘Pastory’ boerderij (Skrok 8) van de Hervormde kerk (zie hoofdstuk ‘de straten’ in het archief). Sjirk en zijn vrouw Tryntje Elzinga krijgen zes kinderen. In 1888 moet Sjirk Wijbrens de boerderij verlaten. Hij wordt schipper en koemelker. Turfschipper in Itens De derde zoon van Sjirk en Tryntje, Gerrit Sjirk Joustra (1847-1878), trouwt met Sytske Tsjalling Faber en wordt turfschipper in Itens. Sytske is in verwachting als Gerrit Sjirk op dertigjarige leeftijd overlijdt. Haar zoon wordt geboren op 05-03-1879 en krijgt de naam van zijn vader: Gerrit Sjirk Joustra (1879-1942). Eerste registratie van een firma Deze Gerrit Sjirk Joustra laat zijn bedrijf op 11-12-1928 inschrijven in het Handelsregister onder de handelsnaam: G.S. Joustra, Handel in brandstoffen. Er wordt aangegeven dat het bedrijf sinds 1917 is gevestigd in Oosterend gemeente Hennaarderadiel. Meer dan turfVoor de verwarming van de woning wordt in die tijd vooral turf gebruikt. Langzaamaan komen ook kolen als brandstof in gebruik. De turf komt uit Drenthe en de kolen komen uit Engeland (Cornwall) en Duitsland. De turf wordt per schip vervoerd van Drenthe naar Easterein. Daar wordt het gelost in twee turfhokken op de Schippersburen.  Gerrit Sjirk trouwde met Geeske Sjoerds Siesling. Zij krijgen acht kinderen, zes zoons en twee dochters. Gerrit Sjirk komt, vermoedelijk aan geelzucht, in 1942 te overlijden. Een maand voor zijn overlijden heeft hij de bedrijfsnaam nog laten veranderen in het Handelsregister in: G.S. Joustra Handel in brandstoffen annex zand en grinthandel en meststoffen. De weduwe van Gerrit Sjirk is daarna eigenaar van de brandstofhandel. De gebroeders Joustra Gertsje Sjoerds Joustra-Siesling draagt op 21 maart 1944 de firma over aan haar twee zonen, Homme en IJpe (Ype). In het Handelsregister staat omschreven: ' de eigneres Geeske Siesling, weduwe van Gerrit Sjirk Joustra is met ingang van elf maart 1944 als zodanig uitgetreden, vanwege overdracht van haar zonen Homme en IJpe Joustra. De handelsnaam wordt veranderd in: Gebr. H. en IJ. Joustra, Handel in brandstoffen (en detail) en zand, grind en meststoffen. Het lossen van turf in Wommels. Van links naar rechts, op de rug gekeken Jurjen (zoon van Homme) en de broers Sjoerd, IJpe en met de pijp, Homme Joustra. Zand, grind en mest   Naast de brandstoffen wordt ook gehandeld in zand en grind. Zand komt uit Apeldoorn waarna het per schip naar Easterein wordt vervoerd. Het grind wordt opgehaald uit Lobith. Het zand en grind is voor de bouw van wegen en huizen. Een van de opdrachtgevers is de Gemeente Hennaarderadiel. Het handelen in meststoffen is een heel ander verhaal. Toen er nog geen toilet en riolering was, deden de mensen hun behoefte op een ton. Elk gezin had zo'n ton en iedere week kwam er een'stronttonnetjesschepper ' om de tonnetjes te legen. De inhoud van de tonnen wordt naar Wommels en Bolsward gebracht en tijdelijk opgeslagen. Als de inhoud genoeg is opgedroogd, wordt het per schip vervoerd naar Drenthe. Dit wordt in Drenthe verspreid over de velden waar de turf is afgegraven. Het schip van de firma is de Hasselteraak de “ Hoop op Zegen ”. Dit schip, in 1917 gekocht door Gerrit Sjirk Joustra, wordt zowel voor turf, mest en voor het vervoer van zand en grint gebruikt. Dat het vervoer over het water niet altijd zonder gevaar is, is te lezen in het verhaal van Tsjalling Joustra, de jongste broer van Homme en IJpe, die als 14-jarige meevaart op de "Hoop op Zegen" met een lading grind. Hij vertelt zijn verhaal later in de krant (zie bijlage) In en vlak na de oorlog worden met het schip ook boomstammen uit Appelscha en Gaasterland gehaald. Stookhout is moeilijk te krijgen, maar is wel nodig voor de (bak)ovens van de centrale keuken. Op één van die tochten in de oorlog is Gerrit Joustra, oudere broer van Homme en IJpe, door een aanval van een Engels vliegtuig doodgeschoten.  Vergunning voor het vervoeren van boomstronk vlak na de oorlog Uitbreiding firma Op 25-08-1961 wordt de handelsnaam veranderd in: Joustra’s brandstofhandel Wommels-Oosterend (Fr.). Het brandstofbedrijf van de oudere broer van Homme en IJpe, Rinze Joustra, uit Wommels wordt bij het bedrijf in Easterein gevoegd. De firma zelf is gevestigd in de Schoolstraat. Eerst staat daar een hok. Later is dit steeds meer uitgebreid nadat in 1961 het terrein eigendom is geworden van de firma. Hier worden de kolen verpakt in jutezakken. De kolen uit Engeland komen per schip aan in Harlingen en worden met het eigen turfschip 'Hoop op Zegen' van de firma opgehaald. De kolen uit Duitsland komen per trein naar Sneek en Bozum. Ook deze worden vervoerd naar Easterein. Later wordt de handel zo groot dat de kolen worden gebracht door een vervoerder met grote vrachtwagen met aanhanger. Voortschrijdende ontwikkelingen De turfhandel gaat stroever. In de huizen wordt niet meer gestookt met turf, maar met kolen en later met gas. Alleen bakkers en slagers hebben nog turf nodig. De kleinere hoeveelheid turf wordt per vrachtwagen aangevoerd. De broers verkopen vanaf dat moment ook kolenkachels. Later wordt deze handel uitgebreid naar gaskachels en nog later naar luxe houtkachels. Ondertussen wordt er ook gehandeld in rode diesel. Brandstof die de boeren op hun bedrijf mogen gebruiken. De rode diesel valt onder een lager accijnstarief. Deze brandstof wordt opgeslagen in twee ondergrondse tanks aan de Schoolstraat en naar de klant gebracht met een kleine tankauto. Joustra Brânje Twaalf jaar later treden Homme en Rinze uit het bedrijf. Ype zet het bedrijf alleen voort tot aan 1980.  Dan wordt het bedrijf overgenomen door Jurjen Joustra, de tweede zoon van Homme, en Willem Rienstra. De naam van het bedrijf wordt veranderd in 'Joustra Brânje.' Volgens het Handelsregister zijn de werkzaamheden: Brandstof-, oliehandel, zand en grind, haardenverkoop. Vanaf 1999, na het overlijden van Jurjen Joustra, heeft Willem Rienstra het bedrijf nog 19 jaar voortgezet. En zo kwam er na 92 jaar, op 1 januari 2020 definitief een einde aan de turf - olie- en brandstofhandel in Easterein. Aan de turf - olie- en brandstofhandel in Easterein komt na 92 jaar een einde.

Dit jaar (2022) is het 25 jaar geleden dat een aantal mannen bijelkaar kwamen om de viering van "oud en nieuw" weer nieuw leven in te blazen. Het is een tamme boel in Easterein. Voor de traditie van "het Slepen" is geen animo meer. Het slepen was van oudsher een traditie om alles wat in en om het dorp los stond te verplaatsen naar een andere plek. Vooral boerenerven werden bezocht. Zo werd een boerenwagen uit elkaar gehaald en op het dak van de school weer inelkaar gezet. De eigenaar moest zelf zorgen voor het terughalen van zijn eigendom. Op oudejaarsdag waren veel boeren en middenstanders dan ook bezig met opruimen.  Toch nam in de loop der jaren de animo om te slepen af. Her en der werden nog afvalcontainers omgewisseld en wat ramen witgekalkt of van leuzen voorzien. Soms wel, soms niet terecht.  Dat was het moment voor een vriendengroep om de Aldjiersploech op te richten. Dat waren: Anne Stenekes, Martin Overal, Hans Kooistra, Jaap van der Velde, Jan Simon Jelsma, Marco Hoekstra en Robert Hoekstra. En voor de goede lezer: één persoon is er al 25 jaar bij. Doel van de club is om ieder jaar een stunt neer te zetten. In de afgelopen 25 jaar zijn er mooie stunten uitgehaald. Niet van iedere stunt zijn foto's gevonden. Bijvoorbeeld: De "te koop bordjes " in de tuinen waarmee het probleem onder de aandacht werd gebracht van onvoldoende woonruimte voor jongeren. Met de stunt is de laatste jaren de pers ook goed gehaald.  De vereniging is steeds verjongd en bestaat nu uit: Christiaan Rypma, Jan Simon Jelsma, Gerard vanAsselt, Martin Faber, Bauke Dijkstra, Ids de Boer, Jehannes Huitema, Pier Faber, Marco Rijpkema en Sjouke Schilstra. Hieronder een aantal foto's van de stunts. 


Nieuws: