Gerrit Joustra sneuvelt op skip


Gerrit Joustra sneuvelt op skip
© Foto voorblad: Onbekend, gepubliceerd onder de licentie/disclaimer: auteursrecht verjaard

Beschieting van de 'Hoop op Zegen' op 22 juli 1944

Doet Greidanus, haar man Ype en zwager Gerrit Joustra voeren op 22 juli 1944 met hun schip 'Hoop op zegen' toen ze door de Engelsen werden beschoten. Gerrit liet het leven en het schip liep flinke schade op.

Op 6 juni 1944 begon de bevrijding van Europa op de stranden van Normandië. Voor Nederland was die bevrijding nog ver weg. In het Drents-Friese Wold doken veel mensen onder in schuilholen. De Duitsers staken bij Appelscha delen van het bos in brand: een gebied van maar liefst 1_789 hectare Daarmee wilden ze voorkomen dat onderduikers, Joden, verzetsmensen en geallieerde parachutisten er onderdak vonden Het vele afvalhout dat bij de branden vrijkwam, bleek een welkome brandstof voor ovens van bakkers en zuivelfabrieken.

Met de Hoop op Zegen (S 1027 Nl voeren Doet Greidanus, haar man Ype en zwager Gerrit Joustra in twee dagen van Easterein naar Appelscha. Het Iaden van de vracht afgebrande houtbossen duurde eveneens twee dagen. Op zaterdag 22 juli 1944 werd de terugreis aanvaard. De grote hoeveelheid hout aan boord veroorzaakte een enorme uitstoot van zwarte, verbrande as. De opvarenden zagen eruit als beesten, hun handen en kleding waren vuil. Als ze naar het 'húske' voor in het schip moesten, moesten ze altijd over dat verbrande hout lopen. De planken die erop lagen. hielden de viezigheid niet tegen Tijdens het varen aten ze om de beurt Tussen Heerenveen en Nijbrège kwam Gerrit na het eten beneden in de roef en ging Ype sturen Doet kroop even op de 'koai" en Gerrit ging een middagtukje doen op de stapbank met een jas onder zijn hoofd. 

SPITFIRES

In die periode beschoten de Engelsen regelmatig bedrijven, fabrieken, treinen en schepen, uit vrees dat deze door de vijand werden ingezet. Toen Engelse jagers tijdens een verkenningsvlucht rond het middaguur richting de Hoop op Zegen kwamen vliegen, bekroop Ype onmiddellijk een onheilspellend gevoel. Hij sprong in de opdrukker om de 10pk Lister-motor uit te schakelen Binnen enkele seconden begonnen de Spitflres te schieten. Er volgde een explosie in de roef De projectielen gingen dwars door het roefdak, de haardstede en de doorgang naar het ruim. Doet kon nagenoeg ongedeerd van de kooi afkomen, maar Gerrit was nergens te bekennen Hij was van de bank afgeschoten en had het niet overleefd. Ook Ype en de motor van de opdrukker waren getroffen, waardoor een fles benzine voor in de kop brandde Met een slagaderlijke bloeding aan zijn arm en gewonde voet was Ype aan het blussen. Ondetussen waren er ook al mensen van de wal op het schip gekomen om te helpen.

Ype had diverse verwondingen op riskante plaatsen, zelfs de zool van zijn klomp was er afgeschoten, en door het vele bloedverlies viel hij flauw. AI snel kwam er een ambulance die Ype en Doet naar het ziekenhuis in Heerenveen bracht. Toen Doet 's middags terugkwam, hadden mensen het schip wat opgeruimd. In de hoek van de roef hadden ze het onderste deel van Doets kunstgebit gevonden die ze waarschijnlijk had uitgespuugd toen ze van de 'kooi" af vloog. Ze had hem niet eens gemist. Omdat Ype een paar dagen in het ziekenhuis moest blijven. werd Doet door een gezin uit Nijbrêge liefdevol opgevangen

GRANAAT

Het schip was een ravage Het betimmerde plafond was naar beneden gekomen, de deurtjes hingen half in de scharnieren en de complete betimmering van de bedden was zwaar beschadigd. Dwars achter het grote bed, op het voeteneind, was het kleine bed, het 'koaike•, waar zesentwintig gaten werden geteld, veroorzaakt door kogels en scherfinslagen. Het schip was van achteren, bij het roer, en aan stuurboordzijde getroffen door een stuk of tien granaten. In het berghout van het schip zaten vier gaten, precies op één lijn. Twintig centimeter uit elkaar. Eromheen zaten meer gaten. Door de patrijspoortjes, naast het roer, waren ook twee of meer granaten naar binnen gekomen, maar die waren niet geëxplodeerd. Buiten was een granaat in de lengterichting door het helmhout van het roer gegaan, maar vrij zeker na vijfentwintig centimeter geexplodeerd. Ook de zwaardsloper van het stuurboordzwaard was kapotgeschoten, waardoor het zwaard naar beneden, in de bodem. was gezakt. Een groot aantal granaten, drieëntwintig stuks waren vlak over de roef in de takkenlast beland. Ze branden gelukkig niet omdat de takken ze hadden gesmoord. Bij het lossen van het schip werd elke takkenbos zorgvuldig doorzocht op achtergebleven granaten om een verdere ramp te voorkomen.

SCHUILPLAATS

's Zondags werd het schip losgemaakt en teruggevaren naar Easterein door de broers Rinse, Tjalling en Homme Joustra. Ype en Doet volgden een paar dagen later met de auto. De gevolgen van de beschieting hebben nog lang invloed gehad op Ype en Doet. Het was moeilijk om met compost naar Drenthe weer op het schip te gaan varen, en met turf            Maar het werk ging door en zo ook het dagelijks leven. Als er vliegtuigen in de lucht waren, gingen Ype en Doet automatisch op de vloer onder de tafel liggen. Altijd was er die angst. Op het schip hadden ze achter de roef een soort schuilplaats gemaakt om er in geval van nood bescherming te zoeken. Meestal reageerden ze razendsnel bij dreigend gevaar of geweervuur. Ze renden het land op of doken de onderwal in. Het was moeilijk om het beschietingsdrama te vetwerken. In die tijd bestond er nog geen professionele hulp voor traumaverwerking.

Colofon

Reportage ut de Skûtsjekrante

© Tekst: Beheerder Dorpsarchief Easterein
Lees meer

Gerelateerde informatie


OnderwerpenFoto’sDocumenten