Verzetsman Andries Joustra
Andries Joustra, geboren op 13 oktober 1919 te Oosterend, overleden op 18 augustus 1944 te Vught.
Zijn ouders zijn Sjirk Joustra ( 1884- 1968) en Geertje Zijlstra (1883- 1960). Hij komt uit een gezin van negen kinderen waarvan hij een van de jongere kinderen is. Zij wonen op de Wynserdyk 7 in Easterein. Hij wordt boerenarbeider.
Andries wordt in het voorjaar van 1940 onder de wapens geroepen en is in de mei dagen bij de Grebbelinie gelegerd. Na de capitulatie keert Andries terug naar zijn geboortedorp. In de loop van 1941 wordt Andries een actief lid van het lokale verzet. Hij begint met de verspreiding van illegale kranten zoals Vrij Nederland en ontwikkelt zich tot een belangrijke figuur binnen het verzet die ook piloten naar Engeland helpt en deel neemt aan overvallen op bijvoorbeeld distributiekantoren.
Zo helpt Andries mee aan overvallen op het stadhuis in Bolsward en misschien heeft hij later ook meegeholpen om dit stadhuis in brand te steken. Ook overvalt Andries de distributiekantoren in Wommels en Joure. Andries is dan een zeer gezochte persoon en de Duitsers bieden een bedrag van tienduizend gulden aan voor iedereen die Andries in de handen van de Duitsers weet te spelen. Andries gebruikt in deze tijd de verzetsnaam Rinse.
Op een dag bezoekt hij zijn ouders. De bezetter komt hem zoeken in Easterein. Andries weet te vluchten en zit een hele nacht in een sloot om uit de handen te blijven van de Duitsers. (uit de familie verhalen)
Eind 1942 begin 1943 ziet Andries zich gedwongen om onder te duiken, eerst in Haarlem en later in Schoonoord waar zijn verloofde Anna vandaan komt. Hij blijft ook dan actief voor het verzet. Anna woont in Schoonoord en geeft daar les. In mei 1944 worden Andries en Anna in Assen opgepakt. Haar ouders zijn in Assen betrokken bij het verzet. Anna haar ouders worden ook opgepakt. Haar moeder komt vrij. Maar Anna en haar vader komen om in Duitse concentratiekampen. Andries wordt overgebracht naar Vught en wordt daar op 22 augustus 1944 gefusilleerd.
Het dorp leefde masaal mee met de bedroefde ouders. Bakker Sijbe Dantuma, begaan met de ouders en vol respect voor de moedige Andries, bood aan om voortaan gratis de etenswaren uit zijn winkel ter beschikking te stellen.
Mevrouw Tiemens, de vrouw van de gereformeerde dominee Tiemens schreef, over de rouwdienst, " Maar de bevrijding gold niet voor ieder persoonlijk; de verwerking van het oorlogsleed en het verlies van veel dierbaren kwam nog daarna. Op 12 juli 1945, zo staat in de agenda van mijn man, heeft hij de rouwdienst geleid voor de in de oorlog omgekomen Andries Joustra. De tekst was uit Ps.94. Veel gemeenteleden uit Oosterend maakten samen met de diepbedroefde ouders en andere familieleden deze dienst mee.
Andries Joustra werd tijdens zijn rouwdienst getypeerd als een zeer actief ondergronds strijder die op een positieve manier het vuurpeloton tegemoet zou zijn getreden. Deze rouwdienst werd pas gehouden op 12 juli 1945, ten eerste omdat de oorlog nog bezig was toen hij werd gefusilleerd, maar ten tweede ook omdat zijn familie pas op 6 juli 1945 het bericht had gekregen dat Joustra was overleden. Na dit nieuws werd er meteen een rouwdienst georganiseerd die ds. D.C. Tiemens van Idskenhuizen in de destijds gereformeerde kerk leidde.
Na de rouwdienst waren de woorden van Andries zijn ouders: Zeg tot de kindren Israëls, dat zij voorttrekken.
Andries Joustra
Bijdrage geplaatst bij Andries Joustra
Biografie
Woonde in Oosterend, gemeente Hennaarderadeel (Fr.). Zoon van Sjirk Joustra (fabrieksarbeider) en Geertje Zijlstra. Ongehuwd. (verloofd met de onderwijzeres en verzetsstrijdster Anna Wilhelmina Groen, geboren op 2 maart 1922 te Assen overleden op 28 maart 1945 te Ravensbrück, Dld. in een concentratiekamp uit Schoonoord). Los arbeider. Gereformeerd. Tijdens de inval van de Duitsers in mei 1940 streed Joustra als soldaat bij de Grebbeberg. Lid verzet sinds 1941 onder de schuilnaam Rinke en behorend tot de KP-Scharnegoutum en de KP-Noord-Drenthe. Verder legde hij contacten voor een vluchtroute naar Engeland, was medewerker van het illegale blad Vrij Nederland en deed verder mee aan overvallen en sabotage. Zo was Joustra eind 1942 bij voorbeeld betrokken bij een overval op het stadhuis van Bolsward. op 14 oktober 1942 op het distributiekantoor in Joure en op 23 oktober 1942 op het distributiekantoor van Wommels. Tevens was hij een van degenen die brand stichtte in het Bolswarder arbeidsbureau. In het Nederlandsch Buitengewoon Politieblad nr. 29 van 1 juli 1943 werd een beloning van 10.000 gulden (ca. 4500 euro) op zijn hoofd gezet (dood of levend). Toen Joustra de grond te heet onder de voeten in Friesland werd, dook hij onder en kwam hij terecht bij de KP-Haarlem. Later ging hij naar Schoonoord.
Op 22 mei 1944 is hij in Assen op straat gearresteerd. Evenals zijn verloofde werden ook zijn aanstaande schoonouders gearresteerd. Mevrouw Groen werd weer vrijgelaten, maar vader Marten Groen, leraar aan een christelijke ULO (geboren 3 juli 1896 in Delfzijl) werd naar Duitsland afgevoerd en overleed daar op 4 januari 1945 in Langenstein. Joustra is voor verhoor naar het huis van bewaring gebracht, mishandeld en doorgezonden naar Vught. Met ruim twintig andere noordelijke gevangen werd hij daar door een vuurpeloton terechtgesteld. In Oosterend, thans Easterein geheten, is een straat naar hem vernoemd. Zijn naam prijkt op het oorlogsmonument op de fusilladeplaats en de herdenkingswand in het Nationaal Monument Kamp Vught. Joustra is gecremeerd in het concentratiekamp Vught.
Bron:OGS Gedenkboek 36 - Amersfoort, Vught, Westerbork, Oorlogsgravenstichting. FrieslandNoord-BrabantLaatste wijziging: 10-12-2015
Colofon
Bron:OGS Gedenkboek 36 - Amersfoort, Vught, Westerbork, Oorlogsgravenstichting. FrieslandNoord-BrabantLaatste wijziging: 10-12-2015
Familie Joustra
Boek Easterein


