Uitgelichte vensters:

De geschiedenis van Firma Joustra Brânje Het familiebedrijf van de "Firma Joustra Branje" kent een lange geschiedenis die sterk verbonden is met Easterein. Om die te ontrafelen, gaan we terug naar het midden van de negentiende eeuw. Joustra of Jouwstra? Wybren Sierks (1777-1844) is de stamvader van de Joustra’s in Easterein. Wanneer hij deze familienaam aanneemt, wordt het aanvankelijk ook wel als 'Jouwstra' geschreven. Omstreeks 1815 verhuist hij met zijn gezin vanuit Wolsum naar Easterein, waar hij zich inschrijft als arbeider. Wybren is getrouwd met Lipkjen Wybrens Jaarsma. Het echtpaar heeft al vijf kinderen wanneer ze zich in Easterein vestigen, en in het dorp worden later nog eens vier kinderen geboren. Voor de stamreeks van het bedrijf is het zevende kind, Sjirk, van belang. In het geboorteregister staat hij ingeschreven als 'Sjerk' en noteert de ambtenaar de achternaam van de vader nog als 'Jouwstra'. Wybren zelf ondertekent de akte echter als Wybrens Sierks Joustra. Uit deze akte blijkt bovendien dat Wybren inmiddels geen arbeider meer is, maar boer. De voornaam Sjerk werd later overigens alleen nog maar als Sjirk geschreven. Van boer naar schipper Sjirk Wijbrens Joustra (1818-1909) huurt later de 'Pastory'-boerderij (Skrok 8) van de Hervormde kerk (zie het hoofdstuk ‘De straten’ in het archief). Samen met zijn vrouw Tryntje Elzinga krijgt hij zes kinderen. In 1888 moet Sjirk de boerderij verlaten, waarna hij de kost verdient als schipper en koemelker. Turfschipper in Itens De derde zoon van Sjirk en Tryntje is Gerrit Sjirk Joustra (1847-1878). Hij trouwt met Sytske Tsjalling Faber en wordt turfschipper in Itens. Het noodlot slaat echter vroeg toe: Sytske is nog in verwachting wanneer Gerrit Sjirk op dertigjarige leeftijd overlijdt. Hun zoon wordt geboren op 5 maart 1879 en wordt vernoemd naar zijn overleden vader: Gerrit Sjirk Joustra (1879-1942). 233723 left 200px Eerste registratie van de firma Het is deze jongere Gerrit Sjirk Joustra die het bedrijf op 11 december 1928 officieel laat inschrijven in het Handelsregister. De handelsnaam luidt: G.S. Joustra, Handel in brandstoffen. Bij de inschrijving wordt vermeld dat het bedrijf al sinds 1917 is gevestigd in Easterein (destijds officieel geregistreerd onder de Nederlandse naam Oosterend, gemeente Hennaarderadiel). 233772 left 200px Meer dan turf alleen Rond die tijd wordt voor de verwarming van huizen voornamelijk turf gebruikt, al komen kolen ook langzaam in opkomst. De turf is afkomstig uit Drenthe en wordt per schip naar Easterein vervoerd, waar het wordt gelost in twee turfhokken aan de Schippersburen. De kolen worden geïmporteerd uit Engeland (Cornwall) en Duitsland. Gerrit Sjirk is getrouwd met Geeske Sjoerds Siesling en samen krijgen zij acht kinderen: zes zoons en twee dochters. In 1942 overlijdt Gerrit Sjirk, vermoedelijk aan de gevolgen van geelzucht. Slechts een maand voor zijn overlijden heeft hij de bedrijfsomschrijving in het Handelsregister nog laten uitbreiden naar: G.S. Joustra Handel in brandstoffen annex zand en grinthandel en meststoffen. Na zijn overlijden zet zijn weduwe de brandstofhandel voort. 233719 left 200px De gebroeders Joustra Op 21 maart 1944 draagt Geeske de firma over aan haar twee zonen, Homme en IJpe (Ype). In het Handelsregister wordt dit als volgt omschreven: 'De eigenares Geeske Siesling, weduwe van Gerrit Sjirk Joustra, is met ingang van elf maart 1944 als zodanig uitgetreden vanwege overdracht aan haar zonen Homme en IJpe Joustra.' De handelsnaam verandert mee en wordt: Gebr. H. en IJ. Joustra, Handel in brandstoffen (en detail) en zand, grind en meststoffen. 233720 left 200px Het lossen van turf in Wommels. Van links naar rechts (op de rug gezien): Jurjen (zoon van Homme) en de broers Sjoerd, IJpe en Homme Joustra (met de pijp). Zand, grind en mest Naast brandstoffen handelt de firma ook in zand en grind voor de bouw van wegen en huizen. Het zand is afkomstig uit Apeldoorn en wordt per schip naar Easterein gebracht; het grind wordt opgehaald in Lobith. Een van de belangrijkste opdrachtgevers in die tijd is de gemeente Hennaarderadiel. De handel in meststoffen kent een heel andere, bijzondere oorsprong. In de tijd dat er nog geen riolering of toiletten waren, deden mensen hun behoefte op een ton. Elk gezin had zo'n ton en wekelijks kwam de 'stronttonnetjesschepper' langs om deze te legen. De inhoud werd tijdelijk opgeslagen in Wommels en Bolsward. Zodra de massa voldoende was ingedroogd, werd het per schip naar Drenthe vervoerd om daar te worden uitgereden over de afgegraven turfvelden. Het trotse schip van de firma is de Hasselteraak “Hoop op Zegen”, die Gerrit Sjirk Joustra al in 1917 had gekocht. Dit schip wordt voor nagenoeg alles ingezet: van turf en mest tot zand en grind. Dat het transport over water destijds niet zonder gevaar was, blijkt uit het verhaal van Tsjalling Joustra. Als 14-jarige jongen vaart deze jongere broer van Homme en IJpe mee op de "Hoop op Zegen" wanneer ze geladen zijn met grind. Hij deed zijn spectaculaire verhaal later uitgebreid in de krant (zie bijlage). Tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog worden er met het schip ook boomstammen gehaald uit Appelscha en Gaasterland. Stookhout is in die jaren schaars, maar hard nodig voor de (bak)ovens van de centrale keuken. Tijdens een van deze tochten in de oorlog slaat het noodlot opnieuw toe binnen de familie: Gerrit Joustra, een oudere broer van Homme en IJpe, wordt tijdens een aanval door een Engels vliegtuig dodelijk getroffen. 233773 left 200px Vergunning voor het vervoeren van boomstronken vlak na de oorlog. Uitbreiding van de firma Op 25 augustus 1961 wijzigt de handelsnaam in: Joustra’s brandstofhandel Wommels-Oosterend (Fr.). Dit gebeurt omdat het brandstofbedrijf van Rinze Joustra (een andere oudere broer van Homme en IJpe) uit Wommels wordt samengevoegd met het bedrijf in Easterein. De firma zelf is gevestigd aan de Schoolstraat. In het begin staat daar enkel een houten hok, maar nadat het terrein in 1961 eigendom van de firma wordt, volgt er een flinke uitbreiding. Hier worden de kolen handmatig in jutezakken verpakt. De kolen uit Engeland komen per schip aan in Harlingen en worden daar door de 'Hoop op Zegen' opgehaald. De Duitse kolen komen per trein aan in Sneek en Bozum, waarna ze naar Easterein worden getransporteerd. Later groeit de handel zo hard dat de kolen rechtstreeks worden geleverd door een transporteur met een grote vrachtwagen met aanhanger. Voortschrijdende ontwikkelingen De markt verandert echter. De turfhandel loopt stroever omdat huizen steeds vaker worden verwarmd met kolen en later met gas. Alleen bakkers en slagers hebben nog turf nodig. Vanwege de kleinere hoeveelheden wordt de turf vanaf dat moment per vrachtwagen aangevoerd. De broers spelen flexibel in op de energietransitie en beginnen met de verkoop van kolenkachels. Dit assortiment breidt zich later uit naar gaskachels en uiteindelijk naar luxe houtkachels. Ondertussen starten ze ook met de handel in rode diesel: brandstof voor agrarisch gebruik die onder een lager accijnstarief valt. Deze diesel wordt opgeslagen in twee ondergrondse tanks aan de Schoolstraat en met een kleine tankauto bij de boeren thuis bezorgd. Joustra Brânje Twaalf jaar later treden Homme en Rinze uit het bedrijf. IJpe zet de zaak vanaf dat moment alleen voort tot aan 1980. 233730 left 200px In 1980 wordt het bedrijf overgenomen door Jurjen Joustra (de tweede zoon van Homme) en Willem Rienstra. De naam verandert officieel in 'Joustra Brânje'. Volgens het Handelsregister bestaan de hoofdactiviteiten vanaf dan uit de handel in brandstoffen, olie, zand en grind, en de verkoop van haarden. Na het overlijden van Jurjen Joustra in 1999 zet Willem Rienstra de zaak nog 19 jaar lang in zijn eentje voort. En zo kwam er op 1 januari 2020, na een rijke geschiedenis van 92 jaar, definitief een einde aan de turf-, olie- en brandstofhandel in Easterein.

Foar de âlderein wie der yn de neioarlochske jierren net in soart ferdivedaasje. It wurd fakânsjekaam noch net yn it wurdboek foar. De measte Eastereiners kamen it doarp hast nea út en in reiske mei de bus wie hiel wat bysûnders. Troch Doarpsbelang waard dan in aksje op tou setten om foar de 65-jierrigen en âlderen jierliks in reiske op tou te setten. Dit reiske waard dan troch 'it doarp' oan de 'bejaarden' oanbean. De bestjoersleden fan Doarpsbelang gongen earst mei listen by de doarpsgenoaten lâns mei de fraach dêr foar in bepaald bedrach op yn te tekenjen. Der kaam altyd genôch jild binnen foar it beteljen foar de bus, it iten en drinken en de tagongsbewizen foar de ferdivedaasje. De searje foto 's dy 't hjir ôfbylde wurdt is yn 1956 ûnder it reiske makke troch F.K. Reitsma. Reitsma ha net allinne foto 's fan Alden fan Dagenreiskes makke mar ek filmkes. Dy filmkjes binne op oare plakken yn it argyf werom te finen. Op dize foto 's sjogge wy hoe 't om acht oere de útswaaiers op it plein by Bergsma de âlderein dy 't ûnderweis nei de bus is in moaie dei ta te winskjen. Der steane dan twa bussen klear. Fierder wurdt de reis yn byld brocht: it giet oer de Ofslútdyk, lâns it punt fan de tinknudle en it byld fan Lely nei Amsterdam. Nei in rûnfaart troch de grêften en in miel iten giet it nei Schiphol en fan Schiphol lâns de kust wer nei hûs. Natuerlik moat der poatsjebaaid wurde. Dêrnei giet it op hûs oan en as elkenien dan wer foldien en hielendal oeremus yn Easterein oankomt dan stiet Wilhelmina in ein foar it doarp klear en mei it korps foar de bussen komme de reisgers tsjin it tsjuster dan wer op it plein. It oantal jierren fynt der dan noch in koart optreden fan reisgenoaten Andreis en Willemke van Wisse plak mei as hichtepunt it sjongen fan Zilverdraden tussen het goud. En dêrnei giet elkenien wer nei hûs.

Dit jaar (2022) is het 25 jaar geleden dat een aantal mannen bijelkaar kwamen om de viering van "oud en nieuw" weer nieuw leven in te blazen. Het is een tamme boel in Easterein. Voor de traditie van "het Slepen" is geen animo meer. Het slepen was van oudsher een traditie om alles wat in en om het dorp los stond te verplaatsen naar een andere plek. Vooral boerenerven werden bezocht. Zo werd een boerenwagen uit elkaar gehaald en op het dak van de school weer inelkaar gezet. De eigenaar moest zelf zorgen voor het terughalen van zijn eigendom. Op oudejaarsdag waren veel boeren en middenstanders dan ook bezig met opruimen.  Toch nam in de loop der jaren de animo om te slepen af. Her en der werden nog afvalcontainers omgewisseld en wat ramen witgekalkt of van leuzen voorzien. Soms wel, soms niet terecht.  Dat was het moment voor een vriendengroep om de Aldjiersploech op te richten. Dat waren: Anne Stenekes, Martin Overal, Hans Kooistra, Jaap van der Velde, Jan Simon Jelsma, Marco Hoekstra en Robert Hoekstra. En voor de goede lezer: één persoon is er al 25 jaar bij. Doel van de club is om ieder jaar een stunt neer te zetten. In de afgelopen 25 jaar zijn er mooie stunten uitgehaald. Niet van iedere stunt zijn foto's gevonden. Bijvoorbeeld: De "te koop bordjes " in de tuinen waarmee het probleem onder de aandacht werd gebracht van onvoldoende woonruimte voor jongeren. Met de stunt is de laatste jaren de pers ook goed gehaald.  De vereniging is steeds verjongd en bestaat nu uit: Christiaan Rypma, Jan Simon Jelsma, Gerard vanAsselt, Martin Faber, Bauke Dijkstra, Ids de Boer, Jehannes Huitema, Pier Faber, Marco Rijpkema en Sjouke Schilstra. Hieronder een aantal foto's van de stunts. 


Nieuws: