Enne Bruinsma is geboren op 30 mei 1890 te Tzum. Zijn ouders zijn Steffen Bruinsma (*1849) en Fokeltje Atema (*1850) Het echtpaar krijgt 10 kinderen, 7 meisjes en 3 jongens. Er overlijden op jonge leeftijd 3 meisjes en van de drie jongens blijft alleen Enne in leven. De eerste Enne overlijdt als hij één jaar oud is. Zijn vader is arbeider van beroep. Enne wordt politie agent. Hij trouwt met Wietske Visser (1895-1982). Enne en zijn vrouw zijn zeer gelovig.
Enne en Wietske krijgen zes kinderen. Steffen, Fokeltje (Fo), Johannes (Jopie) Dukke, Klaas en Enno. Een van de jongens is erg astmatisch en het gezinsleven stond vaak in teken van zijn ziekte.
Enne is een man van principes, hij is lief en zorgzaam en duidelijk naar de kinderen toe. Maar hij is ook open voor die tijd. Hij vertelt na kerktijd heel trots dat zijn kinderen nog een broertje of zusje krijgen. Dat wordt zoon Enno (*1938) Hij is een nakomertje; zijn moeder is dan 43 jaar. Daar wordt niet over gesproken in die tijd. Maar Enne is trots en blij met het kind op komst.
Ze komen in 1934 op de Foarbuorren 25 te wonen, het huis tegenover het cafe. In deze woning wordt Enne op 25 januari 1945 opgepakt door de Duitsers. Kleine Enno is erbij. De Duitsers zoeken de oudste zoon Steffen, die zit in het verzet en is ondergedoken. Enne wil niet zeggen waar zijn zoon verblijft. In plaats van zijn zoon pakken de Duitsers hem op.
Enne is in het begin van de oorlog van baan veranderd. Hij wil als politieagent niet voor de Duitsers werken. Hij wordt controleur bij de brandstoffendistributiedienst in Sneek. De Duitsers doen daar onderzoek en vinden belastende zaken. Enne wordt opgepakt, waarna hij, lopend tussen twee soldaten, naar Wommels wordt gebracht. Daarna gaat de reis verder met de vrachtwagen naar Leeuwarden. Het toeval wil dat de vriend van Foke achter het stuur zit. Foke werkt in die tijd bij de slager in Easterlittens. De vrachtwagen stopt daar en zo kan Foke haar vader gedag zeggen. Ze drukt hem nog een paar droge worsten in de handen.
Later brengt Foke hem iedere keer schone kleren, en neemt de vuile kleren weer mee naar huis. Op een dag wordt Enne naar Groningen gebracht. Hoe dat weet de familie niet. Ook daar brengt Foke nog schone kleren heen. Op de fiets met (cussy)masieve fietsbanden. Ze blijft dan een nacht slapen bij een tante. Tot het moment waarop ze de schone was weer mee naar huis kan nemen. Haar vader is op transport gezet naar Neuengamme. Van dit transport is een verslag gemaakt door Bert Deelman.
De familie krijgt na de oorlog zijn horloge en zijn gebitsprotese terug. Er zijn nog altijd vragen over wat er nu precies gebeurd is.
Razzia yn 'e Ripen
Gosse Bootsma heeft een boek geschreven over de periode waarin hij met o.a. Bruinsma in Leeuwarden in de gevangenis zat. Bruinsma is meestal de oudste celgenoot. Hij genoot aanzien door zijn standvastigheid. Hij deelde zijn goederen en eten met de medegevangenen. Verder was de bijbel zijn houdvast. Hieronder een paar citaten uit dit boek wat een goede indruk geeft op de persoonlijkheid van Enne Bruinsma.
Bruinsma nummer 1154 werd uit de cel gehaald. Hij moest voor verhoor. Toen hij weer terug kwam vertelde hij dat hij correct was behandeld. Ze hadden hem gevraagd of hij tegen het nationaal socialisme was. Zijn antwoord was " Ik acht het Führer - principe tegenstrijdig met de echte godsdienst, heb ik gezegd. Wij moeten Gods geboden boven dat van mens stellen. Zou u een bevel van de regering in Engeland ook opvolgen? Vroegen ze mij toen. Ja was mijn antwoord. Ik beschouw ze als onze wettige overheid."
Dan zaten Bruinsma en ik nog tijden te praten over van alles. De oude (Bruinsma) kreeg het's avonds voor bedtijd vaak moeilijk. Het denken aan thuis en vrouw en kinderen maakte hem soms erg onwennig. Dan begon hij te bidden: Here, leer mij kinderlijk en stil, mij te voegen naar Uw wil.
Bruinsma was een zeer gelovig man. Volgens mij (Gosse) heeft God het allemaal zo beschikt. Door Bruinsma immers zijn wij naderbij tot Hem gekomen.
Enne Bruinsma 1890-1945
Het monument voor Enne Bruinsma, achter in de N.H.kerk in Easterein, is opgericht ter nagedachtenis aan de verzetsman die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de bezetter is omgebracht.
Enne Bruinsma is geboren op 30 mei 1890. Tijdens de bezetting heeft hij een groot aandeel in het schoolverzet, waarvoor hij voor de gemeente Hennarderadeel de contactman is. Hij werkt op dit terrein nauw samen met de Bolswarder gemeentesecretaris Hendrik Haitsma. Bruinsma is als ouderleerling van de hervormde gemeente in Oosterend vooral de man van het geestelijk verzet, die het met de bezetter niet op een akkoordje gooide. In zijn functie als rijksveldwachter heeft hij het vaak erg moeilijk. Om niet met zijn geweten in conflict te komen verlaat Bruinsma de politiedienst. Hij wordt controleur bij de brandstoffendistributiedienst in Sneek.
Op 25 januari 1945 deed de Sicherheitsdienst een inval in het huis van Bruinsma om zijn zoon Steffen te arresteren. Steffen Bruinsma was medewerker van de Landelijke Organisatie voor hulp aan Onderduikers en was op dat moment niet thuis. Enne Bruinsma's anti-nationaal-socialistische gezindheid was algemeen bekend en toen de SD'ers van post Wommels bij de huiszoeking ook nog mouwbanden van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten vonden, werd Enne gearresteerd. Hij werd naar het concentratiekamp Neuengamme gedeporteerd.
Toen de oorlog ten einde liep, werd op 20 april 1945 het concentratiekamp ontruimd. De gevangenen werden in spoorwagons geperst en afgevoerd naar Lübeck. In de Lübeckerbocht lagen de restanten van de Duitse koopvaardij vloot. Op een van de schepen, de Cap d'Arcona werden 4600 slachtoffers in de ruimen opgeborgen. Het eens zo luxe passagiersschip was een drijvend concentratiekamp geworden. Vele gevangenen stierven aan boord. Op 28 april 1945 overleed ook Bruinsma. Hij werd begraven op het stedelijk kerkhof in Neustadt.
Tekst Bert Deelman Nationaal Comité 4 en 5 mei
Colofon
Tekst Bert Deelman Nationaal Comité 4 en 5 mei
Razzia yn 'e Ripen, deiboek fan Gosse Bootsma 1945
Foto's en persoonlijk verhaal familie Bruinsma


